Death in Venice

Count Aschenbach gaat naar Venetie in een bepaald seizoen van zijn leven, gedreven door een kracht die hij niet volledig begrijpt en wordt geconfronteerd met vreemde wezens die hem op de een of andere manier uit lijken te lachen of hem verleidden. Zodra hij zich eenmaal gesettled heeft in zijn grand hotel aan het Lido, wordt hij zich bewust van een mooie jongen die daar ook op bezoek is met zijn familie uit Polen. Zijn gevoelens ten opzichte van deze jongen zijn vreselijk gecompliceerd en om ze te interpreteren als eenvoudigweg homoseksuele attractie is vulgair en simplistisch. De jongen vertegenwoordigt, boven alles, een ideaal van perfecte fysieke schoonheid apart van seksualiteit. De ironie is dat deze schoonheid emoties oproept in een man die erop heeft gestaan de wereld van het intellect te bewonen.  De jeugd van de jongen en zijn natuurlijkheid worden een tegenstelling ten opzichte van de ijdelheid van de oudere man en diens creatieve steriliteit. Er zijn flashbacks waar Aschenbach argumenteert dat schoonheid huist in het intellect waarna een vriend verklaart dat schoonheid een kwaliteit is die op natuurlijke wijze bezit is van mooie dingen.

De man kan nooit werkelijk weten wat de jongen over hem denkt; ze spreken niet en wanneer de jongen hem soms een blik of een lach gunt doet hij dat bij vele anderen, omdat dit zijn aard is. Het is volledig mogelijk dat de manier waarop het verhaal verteld wordt de jongen volstrekt niet bewust is van een homoseksuele implicatie – en de man in werkelijkheid verliefd is op een ideaal van onschuld en schoonheid in plaats van met een persoon. We zien Aschenbach in discussies met collega’s, met zijn vrouw en kind, en dan op de begrafenis van het kind. We zien hem impotent in een bordeel en bij een concert waar Aschenbach wordt uitgejoeld en daarna getroost door zijn vrouw. Scenes waarin het genie wordt gerustgesteld dat  (ooit) zijn genius herkend zal worden.                                                                                                                                                                                         Visconti’s film is overweldigend mooi om te zien. De wereld van het Lido is opnieuw ontworpen met fantastische details. De mode, de genoegens, de tafel arrangementen onthullen de accuraatheid van Visconti. De fotografie is bijna de eerste die ik gezien heb die waardig is voor de schoonheid van Venetie;  de roze – en – grijze stad verrijst vanuit het water met een glasachtige zachtheid. De wind brengt zowel de ziekte als de schoonheid naar de stad.