De Boekendief

“A human doesn’t have a heart like mine. The human heart is a line, whereas my own is a circle, and I have the endless ability to be in the right place at the right time. The consequence of this is that I’m always finding humans at their best and worst. I see their ugly and their beauty, and I wonder how the same thing can be both.”

Zo mijmert de verteller in Markus Zusak’s krachtige en boeiende bestseller De Boekendief. Zoals je kunt raden, is dit geen normale verhalenverteller. De complementatieve eerste persoon die jouw reisgids is door het boek is de Dood, een direct passende en ironische aankondiging van een verhaal dat zowel de macht van woorden viert en piekert over de consequenties van hun gebruik. 

Met als achtergrond het tragisch decor van de Tweede Wereldoorlog, vertelt de Dood het verhaal van de jonge Liesel Meminger (de boekendief) die opgroeit in Nazi duitsland onder de waakzame ogen van een hardvochtige stiefmoeder en een vriendelijke stiefvader die haar leert te lezen. Ze woont meetings bij van de BDM, een jongeren groep die erop gericht is om jonge meisjes te indoctrineren in Hitler’s ideologie. Zij speelt voetbal met de jongens in haar straat, weet haar eigen plek te veroveren in elk meningsverschil dat ontstaat. En al die tijd achtervolgen dromen van haar dode broer haar en brengen haar tot een fascinatie met lezen en woorden die uiteindelijk leiden tot haar leven van misdaad. 

Wanneer zij zich nestelt in haar nieuwe thuis wordt Liesel vrienden met Rudy Steiner, een jongen van haar leeftijd die houdt van de Olympische atleet Jesse Owens (Rudy schildert zichzelf zwart en rent door de straten van de stad). Samen navigeren zij door de verwarrende wereld die door de volwassenen in hun leven ontworpen is en proberen een plek te geven aan het racisme dat tiert in de huidige politieke orde van hun land. Liesel maakt ook kennis met de vrouw van de burgemeester wiens bibliotheek Liesel imponeert en een plek wordt voor Liesel’s “diefstal.”

Het is een ontmoeting met Vandenburg, een 24 jarige Joodse man die verborgen is in de kelder door haar mededogen bezittende pleegouders, die het verloop van Liesel’s leven verandert. Max, wordt ook achtervolgd door nachtmerries van een familie die hij verloren is in het naspel van de Kristallnacht. Samen ontdekken Max en Liesel een gedeelde liefde voor verhalen die leidt tot een volstrekt begrip van de rol die verhalen spelen in zowel moed als lafheid. Ieder, op hun eigen manier, gaat aan de slag met deze kennis om de wereld om hen heen te vormen. 

Hoewel andere schrijvers ‘de Dood’ als een verteller hebben gebruikt drukt Zusak zijn eigen onmiskenbare stempel op de techniek door de dimensies die hij aan het personage geeft. Dood is tegelijkertijd afstandelijk over zijn werk en de impact die het kan hebben terwijl hij probeert de menselijke hardnekkigheid te begrijpen. Dood schept op over een alwetendheid over wat zal gebeuren in het leven maar toont ook een naiveteit over wat kan gebeuren in het menselijk hart. 

In de ultieme expressie van zijn dichotome thema creeert Zusak een ontroerende liefdesbrief aan boeken en schrijven, die zich afspeelt in waarschijnlijk de meest vreselijke periode in de menselijke geschiedenis. Maar zijn grootste triomf is de herinnering dat geen schrijver deze wereld stilletjes binnenkomt. Schrijvers zijn geboren uit erupties en de werkelijk exceptionele, zoals Zusak, blijven deze explosieve energieen kanaliseren om een werkelijk opmerkelijk boek te ontwerpen dat generaties lang bewonderd zal worden.